Hoe is het mogelijk dat er in een klein plaatsje iin de Franse Ardennen met nog geen 200 inwoners er meer dan 12 woningen aan 'les Hollandias' toebehoren en waarvan ook zeker drie hun roots in Friesland hebben? Of nog gedetailleerder: Friezen uit Workum en nabije omgeving. In de eerste maanden na onze aankoop krijgen we een mailtje van Tjallie: ben jij toevallig die Pieter waarmee ik samen op de Mavo heb gezeten?

In november geeft de 2e hands oven de foutmelding F06. De meegenomen ovenschotel wordt geimproviseerd gebakken in de koekenpan. Gebruiksaanwijzing ontbreekt en informatie thuis via internet geeft geen opheldering. Dan maar servicecentrum van Miele bellen voor informatie. 27 minuten later en € 22,18 lichter weten we dat het euvel een storing in de gevoelsmeter moet zijn. Of 'ze van Miele' langs moeten komen om het te verhelpen. De voorrijkosten moeten in ieder geval betaald worden.... !

Ooit herbergde dit pand een winkel en kroeg. Dat in beide grote en kleine boodschappen zijn gedaan is wel zeker. De boodschappen van de kroegbezoekers bevinden zich al mooi wat jaren in de septictank met filtersysteem in de schuur. Gratis en voor niets erbij gekocht in 2009. Zo nu en dan is het geen pretje als de rioollucht heersend door het pand geurt. We kunnen niet exact traceren onder welke omstandigheden deze geur toeneemt of wegblijft.

Aan de straatzijde moeten de grijs gegronde kozijnen van 2011 geverfd worden. We oriënteren ons op de streekkleuren. Die inventarisatie komt op gelakt, wit kunststof, groen of aardsbruin óf al jaren ongeverfd. Her en der lavendelblauw maar dat blijken toch vaak Nederlanders te zijn... We nemen de kleur van de gevelstenen als basis en kiezen aan de hand van een kleurenwaaier geel en steenrood uit. Aan de kwast twijfelachtig en na een weeklang verven niet overtuigt van de juiste keus. Menie-oranjedeuren en waterijs gele kozijnen……

Schuin tegenover ons pand staat een oude katholieke kerk met achterliggend kerkhof. Opvallend is het dagelijkse aantal korte bezoekjes -vaak door vrouwen- aan de cimetiëre. Als we deuren en/of ramen open hebben, horen we de stoppende auto’s, dichtgooiende portier(en), gevolgd door het dichtslaan van het stalen hekwerk. Korte tijd later horen we dezelfde geluiden in omgekeerde volgorde.

In de meivakantie is de gapende muur op de bovenverdieping met de (afwezige) buren dichtgemaakt en stevig geisoleerd. Heerlijk, geen tocht, stof én gelegenheid meer voor kruipend en fladderend gedierte. De terugkerende inspecties om (delen van) dode dieren, vogel- en muizenpoep weg te ruimen gaat tot het verleden tijd behoren. Hadden we gedacht….. want wie zou zich in juli ’t meest overrompeld hebben gevoeld op de bovenverdieping? De vleermuis of wij?

Na een tip van Frits (goede lokale raadgever) vertrekken we op een druilerige herfstdag voor keukentegels naar de Brico Marché in Verdun. Een grote kar met huif mee. Na lang dubben (kwestie van Franse-smaak, onze smaak en wat past het beste bij de ruimte) en rekenen werd een keus gemaakt.

Twee voormalige opslagruimten vormen sinds afgelopen zomer de keuken in aanbouw. Bij het isoleren van één van de geblakerde muren zien we veel krassen in de stuclaag. Als we gerichter kijken ontdekken we dat er jaartallen en namen ingekrast zijn. Ook staat er een doodshoofd gekerfd met een aantal namen er bij. We weten dat het pand in de Eerste Wereldoorlog bewoond geweest is door Duitse soldaten. Voor zover we kunnen zien zijn het alleen Franse namen die in op de muur staan en is het oudste jaartal van 1909..... Wat te doen met dit stuk historie?
We besluiten om de namen zichtbaar te houden. De gehele muur is geïsoleerd, behalve dát deel waar de namen ingekrast zijn. Dit wordt beschermd door een lijst en een glasplaat. Een venster naar het verleden.

En dan...... de eet, drink en klusinvasie van meer dan 40 studenten afgelopen zomer.
Verrast door hun aanbod om één dag tijdens hun rally-tour door een deel van Europa in het pand in Chatel Chéhéry te komen klussen en misschien nog wat sponsoring mee te brengen met als tegenprestatie eten en drinken en 2 overnachtingen, heeft ons heel wat hoofdbrekens gekost. Het idee en aanbod was té bijzonder om te laten gaan, maar hoe moesten we dit allemaal realiseren.

Een groot om onderhoud schreeuwend huis met een geheimzinnige tuindeur. Daarvoor een gedateerde auto. Beide eigendom van een buurman waarvan we de naam niet weten. Tijdens het Frans-Nederlandse culturele evenement vorig jaar Pasen, heeft onze dochter Marte de eerste non-verbale confrontatie met hem.
Hij: door de nodige alcohol onstabiel naderend met een uitgestoken vinger wijzend op haar neus. Zij: onverschrokken op het moment dat de buurman voor haar staat, zijn neus gebruikt als een forse deurbel. Grote hilariteit in het feestgezelschap.

'Een kort en krachtje mailtje in april 2011: "wij zijn studenten geneeskunde en economie en willen samen met uw organisatie een project oppakken tijdens onze Rally. Ook willen wij ons inzetten om sponsoring voor uw organisatie te regelen. Bijvoorbaat dank..."

Ruwe poëzie, ondersteund door raspend oud ijzer en basale serene klanken uit ongebruikelijke instrumenten. Muziektheatergroep en festivalhit Bot treedt op in Chatel Chehery.

In tegenstelling tot de interpretatie ‘met de Franse slag’, slaat de klok op het gemeentehuis een paar panden verderop steevast zijn vaste ritme tussen 07.00 uur en 22.00 uur. Wonderlijke gewaarwording is dat we vaak toch meeluisteren en meetellen.

Een korte krachtige zin die we van de Fransen meekrijgen als ze ons bezig zien of uit nieuwsgierigheid even binnen zijn geweest. Het valt ook niet te ontkennen dat we het nodig hebben:. ‘goede moed’. Aan de (schrik-)reacties van de bezoekers lezen we wel af wat er allemaal nog moet gebeuren. We schatten nu in op de helft van het hele opknapproject te zijn. We weten maar al te goed in welke (onbewoonbare) staat we het pand in 2009 aantroffen en wat er inmiddels is aangepakt en gerealiseerd. Maar: ‘goede moed’ (met d of t) kunnen we ieder klusmoment gebruiken.

Café Pour Tous is het culturele café recht tegenover ons pand. Onze aanwezigheid is overduidelijk aan de auto te zien en de klusgeluiden. Er volgt dan steevast van hun zijde een klopje op de deur en we groeten elkaar.

Dagenlang snuiten de mannen nog stof. Helaas zit er niks waardevols tussen de zooi: begrijpelijk dat dit is blijven liggen, goed geconserveerd onder bijna 100 jaar oud stof.

Uit de restanten van de inboedel van Tjeerd en Aagje Stellingwerf kunnen we nog bruikbare spullen meenemen. Onverwoestbare eikenhouten stoelen met door Pieter syn mem gehaakte kleedjes, aantal (bijna) retrobussen en glazen borden in de jaren 70kleuren flessengroen en rood. Hun radio gaat ook mee. De radio die in het ouderlijke huis slechts twee zenders leek te hebben: Omrop Fryslan en de EO. De radio die al 4 jaar geen luisteraar meer had.

De eerste zichtbare klus aan het huis is het herstellen van een paar kapotte/ontbrekende raampjes aan straatzijde. Met restant stukken glas, glassnijmes en stopverf lijkt het van afstand netjes dicht. Van dichtbij bekeken door, blijkt later, onze lokale steun en raadgever geeft deze eerste klus hem niet meteen een solide klus-indruk. Heeft deze ‘nieuwe Hollander’ zich niet vergist in dit pand en in zijn eigen kunnen. Gelukkig dat de volgende klussen, resultaten en contacten deze eerste indruk volledig naar de achtergrond laat verdwijnen. Soms kan Mr LeGlint het niet nalaten om ‘niveau mastic’ als compliment te maken.

Nadat er eind februari 2009 met een strakke planning rondgereden wordt om huizen in Noord-Frankrijk te bekijken, halverwege april (op goede vrijdag) het voorlopige koopcontract wordt getekend en eind juni in Nederland de stichtingsakte en in Frankrijk de definitieve koopakte passeert, blijft Ria in een ambivalente sfeer hangen.



16 Rue Laloy Chenet, 08250 Châtel-Chéhéry, Champagne-Ardennes
